Van Ruilen komt Huilen

Binnen de kinderopvang willen we graag aansluiten bij ouders, want doordat ouders hebben besloten om te (blijven) werken, is de consequentie dat ze voor hun kind (kinder)opvang nodig hebben. En dat is heel kort door de bocht…. Dus graag wil ik hier dieper op in gaan.  

Gelukkig zien ouders steeds beter dat kinderopvang een meerwaarde heeft voor de ontwikkeling van hun kind. Kinderopvang is een waardevolle aanvulling op de thuisopvoeding, juist doordat kinderen in contact komen met leeftijdsgenootjes en samen met deze leeftijdsgenootjes kunnen oefenen in het sociaal vaardig worden, de sociale competentie.

Maar nog even terugkomend op het aan willen sluiten bij de ouders. Ouders verwachten een bepaalde flexibiliteit van de kinderopvang en willen de mogelijkheid hebben om dagen te kunnen ruilen. Dat is heel begrijpelijk. Maar is het ook zo begrijpelijk voor een je kind?
NEE helaas niet.

Vroeger werd vaak gezegd; “Van ruilen komt huilen”. En volgens mij werkt dat nog steeds zo. In een eerder blog heb ik aangegeven dat wij als volwassenen bepaalde zaken mentaal kunnen wegzetten. Wanneer wij bijvoorbeeld tijdens een vakantiedag of een ziektedag van een collega op een andere dag gaan werken, dan weten we dat van tevoren en kunnen we ons daarop voorbereiden.
Maar hoe is het nu voor je kind?
Je kind weet niet dat het op een andere dag binnen de kinderopvang komt. Je kind ziet vaak andere pedagogisch medewerkers en andere kinderen. Wat doet dit met het gevoel van veiligheid en vertrouwen? Probeer je eens voor te stellen dat je op een andere dag komt werken en van je vertrouwde collega’s zijn er ineens hele andere collega’s. Je kunt je voorstellen dat de (groeps)dynamiek dan totaal anders kan zijn en dat je, je zelfs radeloos kunt voelen.

Dit soort veranderingen hebben dus invloed op het welbevinden van je kind en daarmee op de spelbetrokkenheid van je kind. Door spelen leren kinderen zichzelf en de wereld om hen heen kennen. Wanneer ze dus door veranderingen, niet meer echt tot spel kunnen komen, stopt dat mooie leerproces.

Ouders, hierbij wil ik jullie oproepen om vooral de dag voor je kind zo voorspelbaar mogelijk te houden. Ruil met beleid. En wanneer je gebruik maakt van een ruiling, probeer dat zo concreet mogelijk naar je kind te benoemen en sta even bewust stil bij de overgang.
Zie hiervoor ook een eerder blog https://www.duimelotzenderen.nl/blog-pagina/sta-stil-bij-een-overgangssituatie.
Dat biedt veiligheid en vertrouwen, waardoor een hoger welbevinden en spelbetrokkenheid.

 

Afhankelijk – onafhankelijk,

Over het algemeen denken we over deze begrippen niet elke dag na. Maar ik wil hier toch even samen met jou bij stil staan.

We zijn ons bewust dat een baby van ons afhankelijk is, maar Emmi Pikler heeft ons in laten zien dat een baby daarentegen ook competent is. Wij kunnen een baby niet leren om ons aan te kijken. Het zoekt vanzelf onze blik. We kunnen een baby niet leren om de eigen handen te onderzoeken. Dat doet de competente baby uit zichzelf, wanneer het de gelegenheid krijgt en het niet afgeleid wordt door veel speelgoed. Hiernaast de link van een mooi filmpje van Anna Tardos (dochter van Emmi Pikler) over de competente baby. https://www.youtube.com/watch?v=iK4Maswpd4Q&t=116s

Het is mooi om daarvoor open te staan en je baby de gelegenheid te bieden om aan te kunnen sluiten waar die kan, tijdens de verschillende verzorghandelingen, zoals eten, verschonen en het naar bed gaan.

Tijdens onze wintersportvakantie ben ik ongelukkig ten val gekomen, waarbij ik mijn 2e lendenwervel in mijn rug heb gebroken. Doordat het een instabiele breuk was, moest ik hieraan geopereerd worden. Wij hebben de keuze gemaakt om dat in Oostenrijk te laten doen, omdat zij vaker dit soort breuken meemaken in de wintermaanden. De verzorging in een Oostenrijks ziekenhuis in Zell am See en Salzburg was geweldig. Ik had vaak het gevoel in een 5 sterren hotel te verblijven. Daarnaast werd ik ook wel met mijn neus op de feiten gedrukt dat ik in het ziekenhuis lag. Aan de ene kant waren mijn benen gehuld in steunkousen tegen trombose en had ik een katheter, omdat ik niet uit bed kon. Aan de andere kant, mocht ik uit een tuitbeker drinken en droeg ik een slabbetje, tijdens het eten. Ik voelde me aan de onderkant van mijn lichaam echt bejaard en van boven een klein kind.

Dan ben je dus geheel afhankelijk van hulp van een ander. Voor de ‘stoelgang’, waar dagelijks naar geïnformeerd werd, werd er een schotel (po) onder me geplaatst. En dan pas krijg je in de gaten hoeveel verschil er zit in verzorg handelingen van iemand. De ene benoemde wel wat die ging doen, de ander deed al wat, voor dat ik het in de gaten had. Ook het ‘afvegen van mijn billen’ gebeurde op verschillende manieren. Hierdoor werd bij mij het gevoel versterkt van het afhankelijk zijn. Dit is een geen prettig gevoel. Het doet wat met je zelfvertrouwen en het vertrouwen dat je in de ander hebt. Dit vertrouwen had er mee te maken in hoeverre de ander benoemde wat die ging doen en je even tijd gaf om aan te kunnen sluiten.

Ook voor het draaien in bed was ik afhankelijk van hulp. Ik moest mijn lichaam als een boomstam houden wanneer ik van mijn rug naar mijn zij wilde draaien. Daarvoor had ik hulp nodig van een verpleegkundige. De ene deed het heel zorgvuldig, de ander liet mij zelf aanklooien.

Ik heb dus mijn eigen ervaringsonderzoek kunnen doen, wat het betekent om afhankelijk te zijn van hulp en wanneer je je in een horizontale positie bevindt. Hierbij kwam ik erachter dat het écht van belang is om steeds de verzorghandelingen op één en dezelfde manier aan te bieden. Anders bied je geen gelegenheid om aan te sluiten en maak je de ander afhankelijk van jou en jouw zorg. Terwijl we juist voor meer zelfredzaamheid willen gaan, bij (onze) kinderen. Dit geldt natuurlijk ook voor in ‘de zorg’ en voor in ‘de bejaardenzorg’. Het doet veel voor een gevoel van welbevinden, zelfvertrouwen en vertrouwen, wanneer iemand de dingen die hij/zij (al) wel kan, ook zelf kan en mag doen. Dan voelt iemand zich competent. En iemand die zich goed en zeker van zichzelf voelt, zal zich ook fysiek beter voelen. Daarbij is het ten aller tijden van belang om goed oogcontact te maken, zodat de ander zich ook écht gezien voelt. Een paar keer werd er op mijn schouder of onderarm een hand van een verpleegkundige gelegd en kreeg ik een bemoedigend kneepje. Dit voelde zo goed!!! Je voelt dat je het samen doet. Je voelt je gezien en gesteund. Voor het ‘doorliggen’ werd mijn rug ingesmeerd met olie of crème, het verschil tussen mét aandacht of zónder aandacht is heel goed te voelen.

Waardoor kan het gevoel van onafhankelijkheid en dus competent zijn versterkt worden? Tijdens zorg of verzorg handelingen;

1.     Probeer de ander aan te laten sluiten waar kan. Dit kan door duidelijk te benoemen wat je gaat doen, het betreffende lichaamsdeel aan te raken en even te wachten, zodat een ander aan kan sluiten.

2.     Maak goed oogcontact, zodat de ander zich écht gezien voelt.

3.     Doe de (verzorg)handelingen met onverdeelde en échte aandacht.

Door de verzorging en/of zorg zo vorm te geven ben je niet meer tijd kwijt, maar het gevoel van competentie bij de ander is wel vele malen groter.

Geniet van het (ver)zorgen!!! Jeanine

“Aandacht maakt alles mooier!!!” (IKEA)

 

 

Zorg samen voor een goed aangelegd wegennetwerk

Herhaling is fijn voor kinderen. Kinderen oefenen door herhalingen hun vaardigheden. Het zijn topsporters in de dop. Wanneer je beter wilt worden in een bepaalde vaardigheid, dan vergt dat oefenen, trainen en vooral veel herhalen. Laat kinderen hun eigen tempo bepalen. Het is fijn dat een kind op zijn eigen tempo zich nieuwe vaardigheden eigen mag maken. De wereld is al haastig genoeg. Ze kunnen nog lang genoeg mee in de snelle stroom van onze maatschappij. Probeer maar eens terug te gaan naar je eigen vroege herinnering. Wat was het fijn dat je iets zelf uit mocht zoeken en het zelf mocht oefenen, zonder de druk van iemand van buiten. Dat doet ook veel met je intrinsieke motivatie. Het mag vanuit jezelf komen. Hoe heerlijk?

Wanneer je in vrijheid ervaringen mag oefenen, brengt dat plezier met zich mee en dat zorgt weer dat je het vaker gaat doen, waardoor je er vaardiger in wordt. Het cirkeltje is weer rond…

Zo werkt het ook bij je kindje in zijn hoofd. Door alle ervaringen worden er een soort van “weggetjes en wegen” aangelegd in zijn hoofd. Het zijn eerst zandweggetjes, maar deze veranderen in een geasfalteerde weg, naar meer een soort autobaan. Dat kan alleen maar als er echt contact wordt gemaakt en er plezier bij komt kijken. Van belang is dat het vooral in het begin op een eenzelfde manier mag gebeuren. Probeer bij je kind, vooral bij je kleintje, de dingen steeds op dezelfde manier aan te bieden. Hanteer de schrijfrichting in je verzorg handelingen. Begin eerst bij zijn rechterhand, enz. Benoem wat je doet, raak het betreffende lichaamsdeel aan en wacht op de reactie van je kind. Doordat het op dezelfde manier gebeurt, wordt de weg van een zandweg langzaamaan een grote geasfalteerde weg. Wanneer bepaalde handelingen meer en meer zijn ingesleten bij je kind, dan kan er wel een keer een kleine wijziging of aanpassing komen, vaak geïnitieerd door je kind. Je kind voelt dan hiervoor ook de vrijheid en zijn eigen ruimte.

Zie dit hetzelfde als bij jezelf. Wanneer je van A naar B moet rijden, ga je eerst op zoek naar hoe je daar het beste naar toe kunt gaan of je maakt gebruik van een navigatiesysteem. Wanneer je deze weg heel vaak hebt gereden, dan weet je hoe je er kunt komen en dat biedt ook ruimte om eens een afslag te nemen om er iets aan toe te voegen. Je gaat letterlijk je blik verruimen. Maar het moet wel eerst vanuit een bekend en stabiel gevoel mogen ontstaan.

Rituelen zijn daarom ook prettig. Het is een soort navigatiesysteem voor je kind. Je kind weet waar die aan toe is en kan erop aansluiten. Als ouder blijft je wel de volwassene en dus de regie behouden. Het kan niet zo zijn, dat jouw kind zo’n omweg wil maken dat je niet meer goed van A naar B komt, maar er van alles bij meeneemt. Dan wordt het onoverzichtelijk. Behoudt de regie! Je kunt je kind dan een keus op detail aanbieden. Bijvoorbeeld: We gaan naar Delden, zullen we over Azelo rijden of over Bornerbroek? Ditzelfde kun je doen met het naar bed gaan. Het kind gaat naar bed, maar mag kiezen uit een blauwe of rode pyjama. 

Geef je kind de ruimte om dingen te herhalen. Vaak zijn de handelingen, bewegingen enz. van je kind voor 90% bekend en wordt er 10% nieuw bij gevoegd. Zo maakt het kind zijn eigen leercirkel compleet en rond, tezamen met een mooi wegennetwerk in zijn hoofd.

 

Sta stil bij een overgangssituatie

Bied je kind en jezelf verwerkingstijd. Wacht bijvoorbeeld in de deuropening. Markeer bewust de overgang wanneer je een nieuwe actie begint. Benoem deze actie ook. Dit bied je kind en jezelf meer duidelijkheid, daardoor veiligheid, waardoor een nieuwe situatie met vertrouwen tegemoet getreden kan worden.

Wij, als volwassenen, kunnen zaken mentaal wegzetten. Daarnaast hebben we een klok en agenda om onze dag en week mee in te delen. Bij jonge kinderen overkomt het ze. Ze hebben hun eigen biologische ritme waar ze houvast aan hebben en ons als hun gids. Wees daarom een duidelijke gids voor je kind. Leg uit wat er gaat gebeuren, waar je naar toe gaat. Door het benoemen wat er gaat gebeuren, bied je meer veiligheid en daarnaast heel veel extra taal aan. Door bewust stil te staan bij overgangssituaties en deze 'te ondertitelen' voor je kind, maak je de wereld voor je kind zoveel overzichtelijker. Benoem en verwoord ook de blikrichting van je kind.Je kind voelt zich door deze onverdeelde aandacht écht gezien.

Geniet van deze momenten en ga mee in de verwondering van je kind.

GEDRAG

Hoi, in dit Blog wil ik je meenemen in het kijken naar gedrag. En eigenlijk vraag ik je dan om achter het gedrag te kijken en je te vragen of je misschien kunt achterhalen wat de behoefte is van je kind of van de ander. We zijn op onze eigen manier allemaal bezig met onze eigen beslommeringen. Soms hebben we tijd en zijn we relaxed, soms loopt het tegen en zijn we (lichtelijk) gestrest. Iemand, of in dit geval je kind, gaat over jouw belang en heen en ziet dus niet jouw behoefte. Je kunt je dan ook minder plezierig gedragen tegenover de ander. Kinderen hebben ook hun behoeftes en soms zien we die onvoldoende en gaan we eraan voorbij. Je kind roept je dan een halt toe, door gedrag te laten zien, waarvan je denkt. Hè, wat doe jij nu? Probeer dan even te kijken of je de behoefte van je kind wel juist ziet. 

 Foto van www.nu.nl

Foto van www.nu.nl

Soms wil een peuter zijn eigen kracht meten en duwt tegen een kind. Je kunt dan ingaan op de behoefte van duwen, maar je staat niet toe dat hij dat bij een ander kind doet. Geef hem dan een wasmand gevuld met zware voorwerpen, waar hij tegenaan kan duwen. Soms heeft je kind iets in gedachten wat hij zichzelf als taak heeft gesteld. Wanneer je de tijd neemt om te kijken welke taak dat is, dan zul je verbaasd zijn. Alleen kan het voorkomen dat er, tussen wat hij zich heeft bedacht om te doen en waar hij op dat moment nog is, van alles ligt, dat aan de kant gegooid wordt. Even wachten met een reactie zou dan fijn zijn. Kinderen gaan recht op hun doel af en alles wat ertussen ligt, moet dan letterlijk wijken.