De vier opvoedingsdoelen uit de Wet Kinderopvang zoals we die vorm geven binnen Kinderdagverblijf Duimelot.

 

De bijdrage die kinderopvang levert aan de optimale ontwikkeling van kinderen

Een nadere uitwerking van de pedagogische doelen zoals omschreven in de Wet kinderopvang leidt tot een aantal belangrijke elementen van kinderopvang die een bijdrage leveren aan een optimale ontwikkeling van kinderen. Die kinderopvang zorgt voor: een veilige omgeving, plezier en geborgenheid, verzorging en gezonde leefstijl, speelmogelijkheden, sociale omgang, individuele ontwikkeling, morele ontwikkeling, participatie, extra steun voor kwetsbare kinderen, relatie en afstemming met ouders, signaleren van problemen en samenwerking met basisschool en jeugdzorg

Deze algemene cognitieve en sociaalemotionele ontwikkeling legt de basis voor school-specifieke ontwikkeling en talentontwikkeling in een latere fase.

 

De vier opvoedingsdoelen bieden het kader waarbinnen wij ons bewegen binnen onze opvang. Het biedt veiligheid, bescherming, groei- en ontwikkelingsmogelijkheden.
De vier basisdoelen van Marianne Riksen-Walraven vorm gegeven als een huis.

Emotionele Veiligheid (EV) is de basis om goed te kunnen groeien en ontwikkelen, zoals de fundering van een huis. Een kind kan zich bij ons veilig voelen met vaste leeftijdsgenootjes en vaste pedagogisch medewerksters.

Persoonlijke Competentie (PC) is als een muur van een huis. Dit geldt ook voor de

Sociale Competentie (SC) dit is tevens een muur van een huis.

We bouwen samen met het kind aan zijn eigen "muren" binnen onze opvang. Het kind kan persoonlijk en sociaal groeien en bouwen aan zijn eigen ontwikkeling.

Waarden & Normen (W&N) dekt onze Culturele grenzen en alles wat we belangrijk vinden om als een persoon je staande te houden in de maatschappij, als een dak op een huis.

Hieronder ziet u de basisdoelen nogmaals SMART uitgewerkt.


Bieden van emotionele veiligheid
Specifiek
We streven er naar dat alle kinderen zich emotioneel veilig voelen, zodat ze zich zo optimaal mogelijk kunnen ontwikkelen in een ruimte met mensen die vertrouwen bieden waardoor kinderen zelfvertrouwen krijgen.

Meetbaar
Wij informeren naar het welbevinden van het kind bij de ouders na een opvangdag. Daarnaast gebruiken we hiervoor observatie instrumenten waarmee de ontwikkeling en het welbevinden van het kind binnen de groep wordt waargenomen.

Activiteiten
• Aanwezigheid van bekende leeftijdsgenootjes.
• Aanwezigheid van vaste pedagogisch medewerksters, deze zijn eerlijk en echt en spreken vanuit de ik-vorm. Taal en lichaamstaal komen overeen.
• pedagogisch medewerksters passen zich aan bij de ontwikkeling van het kind.
• pedagogisch medewerksters maken contact op ooghoogte en houden eventueel de handjes even in hun handen, om ‘over te komen’ en noemen het kind bij de naam. We geven en vragen hiermee onverdeelde aandacht.
• pedagogisch medewerksters geven met grenzen nooit angst of schuldgevoelens (inlevingsvermogen!) mee aan het kind, zijn gewoon duidelijk met ‘nee’ of ‘stoppen’ o.i.d., bieden een uitweg door het geven van mogelijkheden voor een andere activiteit t.b.v. hetzelfde doel en benoemen altijd eerst het gevoel (erkenning) van waaruit gedrag ontstond. (valideren)
• pedagogisch medewerksters zijn consequent, dat vermindert de prikkel om grenzen steeds af te checken, geven rust en veiligheid, kinderen kunnen zich veilig concentreren op hun spel. De grenzen zijn gewaarborgd, ook de grenzen dus die mogelijk een ander kind bij hem wil overschrijden… Veiligheid!
• De kinderen krijgen onvoorwaardelijk onze steun en aandacht, ook al is dat soms niet leuk. Kinderen krijgen altijd van ons wat ze nodig hebben, niet altijd wat ze willen.
• Het benoemen van emoties en deze laten uiten.
• De activiteiten zijn mede gericht op het vergroten van het zelfvertrouwen.
• Het stimuleren van de lichamelijke ontwikkeling, namelijk de grove en fijne motoriek.

Realistisch
Wij dragen zorg voor een consistente groep, m.b.v. kinderen en leidsters die op vaste dagdelen aanwezig zijn. De pedagogisch medewerksters reageren sensitief en responsief op de kinderen en accepteren hun gevoelens.

Tijd
De pedagogisch medewerksters zijn hier gedurende de aanwezigheid van de kinderen zoveel mogelijk mee bezig, zolang de kinderen gebruik maken van de kinderopvang.
Dit proces is constant aanwezig.

Ontwikkelen van sociale competenties
Specifiek
We leren kinderen "sociale competenties", d.w.z. een scala aan sociale kennis en vaardigheden, zoals zich in een ander kunnen verplaatsen, kunnen communiceren, samenwerken, andere helpen, conflicten voorkomen en oplossen, het ontwikkelen van sociale verantwoordelijkheid.

Meetbaar
Pedagogisch medewerksters observeren de kinderen om te analyseren of hun spel overeenkomt met hun leeftijd, of ze voldoende kunnen communiceren met andere kinderen, of ze zich kunnen inleven in anderen en conflicten kunnen voorkomen en oplossen. Kinderen van dezelfde leeftijd bieden we eerst zelf de mogelijkheid om hun conflict op te lossen, om op die manier de grens van de ander te kunnen ervaren. Wij grijpen in wanneer een ander pijn wordt gedaan en proberen dan samen met de beide kinderen over het gebeuren te praten.

Activiteiten
• Pedagogisch medewerksters communiceren met de kinderen en stimuleren de kinderen ook onderling te communiceren.
• De kinderen werken samen aan activiteiten zoals binnen en buiten spelen, puzzels maken, knippen, plakken en verven, liedjes zingen, ‘klusjes’ doen, gezamenlijk eten en drinken.
• Kinderen zijn voortdurend deel van een groep en nemen op die manier deel aan groepsgebeurtenissen.
• Ze leren door de gehele dag heen, wat voor elkaar over te hebben, elkaar te helpen en elkaar te stimuleren en prikkelen.

Realistisch
Er zijn kinderen in alle leeftijden waardoor een kind altijd aansluiting kan vinden in zijn ontwikkelingsniveau. Kinderen leren van elkaar en trekken zich aan elkaar op. Er is gedurende de gehele dag plaats voor interactie tussen de kinderen onderling en tussen de kinderen en de leidsters.

Tijd
Dit proces is constant aanwezig omdat kinderen een deel zijn van de groep en pedagogisch medewerksters hiervoor voorwaarden scheppen, zolang de kinderen gebruik maken van de kinderopvang.


Ontwikkelen van persoonlijke competenties
Specifiek
Met het begrip persoonlijke competentie wordt gedoeld op brede persoonskenmerken zoals veerkracht, zelfstandigheid en zelfvertrouwen, flexibiliteit en creativiteit. Dit stelt een kind in staat om allerlei problemen adequaat aan te pakken en zich goed aan te passen aan veranderende omstandigheden, ofwel het zinvol bezig zijn. De mogelijkheid hebben om vaardigheden onder de knie te krijgen en zelfvertrouwen op te bouwen. Dit geldt bijvoorbeeld voor het leren van taal, de motorische en cognitieve ontwikkeling.

Meetbaar
D.m.v. observatie instrumenten die jaarlijks van elk kind vanaf de tweejarige leeftijd worden ingevuld, zien pedagogisch medewerksters, naast de dagelijkse observaties, hoe kinderen in hun vel zitten. Pedagogisch medewerksters moeten sturen en aansluiten bij de belevingswereld van een kind. Door goed te observeren zien leidsters wat een kind nodig heeft om zijn persoonlijke competenties verder te kunnen ontwikkelen.


Activiteiten
• Hoe kun je, als pedagogisch medewerkster, de ontwikkeling van kind stimuleren?
• Het is belangrijk dat je aansluit bij de leeftijd, de ontwikkeling en de interesse van een kind. Een baby laat je bijvoorbeeld voelen aan de speeltjes of materialen waar hij naar kijkt. Een peuter mag bijvoorbeeld kiezen welk boekje de pedagogisch medewerkster gaat voorlezen.
• Door de ervaringen van een kind te benoemen (“je vindt dat leuk hé?”) en de pogingen van het kind aan te moedigen (“wat kun jij dat goed”) stimuleer je een kind om zijn ervaringen uit te breiden en nieuwe dingen te blijven proberen. Je kunt een kind ook aanmoedigen door zelf deel te nemen aan een activiteit.
• Stimuleren vereist meer dan alleen het aanbieden van stimulerende materialen. Het is belangrijk het kind aan te moedigen ermee aan de slag te gaan. Je kunt een kind ook uitdagen iets nieuws te proberen of het op een andere manier te doen.
• Kinderen hebben zelf ook veel te vertellen. Het is waardevol om aan te sluiten bij de geluidjes die een kind maakt, of bij de dingen die het zegt. Op deze manier wordt de taalontwikkeling gestimuleerd.
• Door het aanbieden van bijvoorbeeld spelen met de bal, rennen, huppen enz. stimuleer je de motoriek van een kind.

Realistisch
Goed opgeleide en professionele leidsters reageren sensitief en responsief op kinderen, afhankelijke van de mogelijkheden en onmogelijkheden van de kinderen.

Tijd
Zolang de kinderen gebruik maken van de kinderopvang.


Kinderen gelegenheid bieden om zich normen en waarden, de cultuur van een samenleving eigen te maken.
Specifiek 
Leren wat wel en niet mag: hoe je sociaal acceptabel te gedragen. Er zijn veel ongeschreven gedragsregels in onze maatschappij en binnen de kinderopvang; je mag een ander geen pijn doen, samen delen, om de beurt etc. Door middel van kinderopvang kan er een balans komen tussen het individu en de samenleving. Het is namelijk lang niet vanzelfsprekend dat geslaagde individuele ontwikkeling altijd leidt tot sociaal verantwoordelijkheidsgevoel, tot actieve maatschappelijke participatie. Kinderen krijgen binnen de kinderopvang de gelegenheid hier langzaam in te groeien en te oefenen.

Meetbaar
Door goed te kijken naar de kinderen zie je of een kind zich aan regels houdt. Ook zie je hoe een kind omgaat met op de beurt wachten, of het kan delen enz. Bij dit alles houd je als pedagogisch medewerkster wel rekening met de leeftijd en fase waarin het kind zit. Ook het oefenen in het (rollen)spel, biedt kinderen de mogelijkheid om zich regels van anderen eigen te maken.

Activiteiten
• Spelenderwijs en in de dagelijkse omgang met de kinderen proberen we ze bij te brengen hoe ze kunnen functioneren in een groter geheel: in de groep, in de kinderopvang, in de maatschappij. Dit basisdoel beschouwen we als de kern van de opvoeding.
• We laten de kinderen kennismaken met grenzen, normen en waarden maar ook met de gebruiken en omgangsvormen in onze samenleving.
• Door middel van het met meerdere personen spelen van een gezelschapsspel, kun je het wachten op je beurt oefenen.
• Ook bij het gezamenlijk deelnemen aan de maaltijden, kunnen normen en waarden, zoals netjes aan tafel zitten en bestek leren hanteren aangeleerd worden.
• We leren kinderen om het speelgoed op te ruimen en er respectvol mee om te gaan.
• We leren kinderen om het goed (netjes) en duidelijk te vragen wanneer ze iets van een ander gedaan willen hebben.
• We leren kinderen om elkaar te helpen.
• We leren kinderen om aan een ander te zeggen wat ze wel en niet prettig vinden.
• Als pedagogisch medewerkster geef je aan wat wel en wat niet mag.

Realistisch
Als kinderopvang en buitenschoolse opvang doen we onze best om kinderen vertrouwd te maken met onze waarden en normen. Dit doen we o.a. door zelf het goede voorbeeld te geven. De pedagogisch medewerksters realiseren zich dat ze “model” staan.

Tijd
Zolang de kinderen gebruik maken van de kinderopvang.