Waar een groep functioneert, zijn er van tijd tot tijd ook conflicten.
Verwachtingen (al dan niet reëel of terecht) en belangen (gemeenschappelijke of tegenstrijdige) staan altijd aan de bron van een conflict.
Groepsregels helpen om een conflict in een veilig kader te laten plaatsvinden.
Vergelijk de spelregels en het afgebakende veld voor een voetbalwedstrijd.
Door zo nu en dan in conflict te komen met de eigen verwachtingen en belangen, en die van een ander kind, doet een kind ervaring op met inleven, kracht en macht, realiteit.
Door ervaring leert een kind en wij zijn er als pedagogisch medewerkers niet op uit om conflicten te voorkomen, om dat kinderen het beste leren door ervaring.

Aan het begin van een conflict wordt een schok ervaren.
Er was iets anders verwacht van de ander, of gehoopt, of gewild…………….. en dat gebeurde niet.
Een schok is niet prettig en krijgt altijd een reactie in het gevoel.
(De een gaat schelden bij schrik, de ander huilen, een ander schopt, iemand trekt zicht terug in zichzelf, iemand deinst terug door angst…) Die reactie is niet bij iedereen hetzelfde!

 

Onze groepsregels
• We laten elkaar uitspreken
• We storen elkaar niet bij het spelen
• We pakken geen speelgoed af, we spelen ‘om de beurt’ met geliefd speelgoed
• We tonen respect voor elkanders lichaam (elkaar geen pijn doen)
• We spreken met respect tegen en over anderen (elkaar geen pijn doen met woorden)
• Als het spel het toelaat (dammen met 3 kinderen is moeilijk) kunnen anderen altijd meedoen*
• We respecteren elkanders privacy en grenzen
• We respecteren elkanders eigen-aardigheden. Daar is ruimte voor in onze groep, passend binnen de groepsregels.
• We houden ons aan de richtlijn m.b.t. hoeveelheid kinderen die een speelhoek kan herbergen
• We ……………………..
• We ……………………..
• We …………………….. (Samen met de kinderen gaan we de rest van de regels maken)

 

* Bij dammen is het duidelijk dat drie teveel is, soms is het minder duidelijk…. Bijvoorbeeld: twee kinderen in de poppenhoek die helemaal in hun spel zitten kunnen ook terecht verlangen met zijn tweeën het spel af te maken. Ook een project in de zandbak kan zo op gang zijn, compleet met planning etc. dat de drie kinderen niet zitten te wachten op een vierde die het viaduct heel ergens anders wil hebben… Dit begeleiden we als pedagogisch medewerkers.
(Bijvoorbeeld: we leren kinderen de ander op een goede manier vertellen: ‘We willen het spel graag samen afmaken’, zodat de ander het niet als persoonlijke afwijzing hoeft te voelen. Bijvoorbeeld in de ik- of wij-vorm. Afwijzing vanwege gedrag is soms onvermijdelijk zoals in geval van: de baas spelen, flauw doen e.d., hier leren kinderen van). We leren kinderen om hulp te vragen zodra niet duidelijk wordt of ‘het niet mee kunnen doen’ te maken heeft met de groepsregel ‘niet verstoren’ en ‘privacy’.