Teksten liedjes  Duimelot.

1. In de maneschijn.
In de maneschijn, in de maneschijn
Klom ik op een trapje
Door het raamkozijn
En je raadt het niet, en je raadt het niet
Zo vliegt de vogel
En zo zwemt de vis
Zo doet een duizendpoot die schoenenpoetser is.
En dat is een, en dat is twee
En dat is dikke, dikke, dikke tante kee.
En dat is recht, en dat is krom
En zo draaien wij het wieletje nog eens om.

2. De Dierentuin.
Met (naam kind) naar de dierentuin
Ga mee het is daar fijn
Er zijn wel honderd dieren
Heel groot en ook heel klein
De aapjes zeggen hoe hoe hoe (onder de oksel kietelen)
De hondjes zeggen woef woef woef (met de handen een woef beweging maken)
De papagaai zegt koppie krauw (krap je op je hoofd)
En de leeuwen waaaaauuuuuuw. (met de handen naar voren grommen)

3. Het Molletje
onder de grond, onder de grond
daar woont een mol met zijn jasje van bont
graaft hij een gang wel tien meter lang
zand op zijn neusje en zand op zijn wang
molletje kan bijna niet zien
is dat niet gevaarlijk misschien
molletje straks stoot jij je kop
zet voortaan altijd een brilletje op.

4. Clowntje Piet
Clowntje Piet heeft verdriet
Hij vertoont zijn kunsten niet
Zijn ballon die is stuk
Tjongejongejonge wat een ongeluk
En nu gaan we een hele mooie nieuwe
Ballon maken voor clowntje Piet
Pffff pffff pfffff ( blazen)
Boem retteketet boem retteketet
Clowntje heeft weer pret.

5. ‘k heb een brilletje om door te kijken
Ik heb een brilletje om door te kijken
Welk kindje op mij zal lijken
En ik heb een brilletje om door te kijken
Kom maar kindjes en dans met mij
Tralalalalalalalalalal kom maar kindjes
En dans met mij.


6. Het Hertje
In het bos daar staat een huis
Hertje tuurt door de vensterruit
Komt een haasje aangesneld
Klopt daar op het deurtje
Hertje, hertje help mij toch
Anders schiet de jager nog
Haasje, haasje kom maar hier
En geef mij een pootje.


7. De olifant met de dikke billen
Ze kunnen zeggen wat ze willen
Maar de olifant die heeft de dikste
Billen van het hele land
En de giraffe die heeft de allerlangste nek
En de krokodil de allergrootste bek bek bek.

8. Bingo.
Ik ken een hondje zwart als roet
En Bingo is zijn naam
Ik ken een hondje zwart als roet
En Bingo is zijn naam
B-I-N-G-O, B-I-N-G-O, B-I-N-G-O
En Bingo is zijn naam
B- I- N- G- OOOO BINGO.

9. Twee handen op de knieën.
Twee handen op de knieën
Twee handen in de zij
Twee handen op de schouders
Op het hoofdje allebei
Nu maken wij twee vuistjes
Zo stevig als maar kan
Daar gaan we dan mee trommelen
Van je rommele bommele bom
De duimpjes zijn het dikste
De pinkjes zijn maar klein
Nu moeten alle handjes heel
Vlug op het ruggetje zijn.
Kindjes waar zijn jullie handjes gebleven
Ik heb ze aan mijn ruggetje gegeven.
Van je 1-2-3 daar zijn de handjes weer.

10. Fietsen Fietsen.
Fietsen fietsen fietsen
Waar fietsen wij naar toe?
Wij fietsen weer naar (opa en oma) toe
Puffen puffen puf
Oh wat een gedoe
Nu gaan we even rusten
Want mijn benen worden moe.


11. Wij maken ons groot
Wij maken ons groot
Wij maken ons groot
Doe je handen omhoog
En maak je reuze groot
Wij maken ons klein
Wij maken ons klein
Klein als een muisje
Piep piep piep piep muisje
Muisje kruipt naar voren toe
Muisje kruipt naar achteren toe
Muisje maakt een flinke duik
Plat op de buik.

12. Trommelman
Trommelman houd je stokken vast
Rom bom bom rom bom bom
Trommelman houd je stokken vast
Rom bom bom.

13. Vlieg met de vliegmachine
Vlieg met de vliegmachine
Vlieg maar in het rond
Hoei hoei vlieg maar rond
Dalen maar je bent weer bij de grond.

14. Visje visje
visje visje in het water
visje visje in de kom
visje visje kan niet praten
visje visje keer je maar om
visje heeft zich omgekeerd
omgekeerd omgekeerd
visje heeft zich omgekeerd
dat heeft hij van ons geleerd

15. Mickey Mousse
Mickey Mousse ging vissen vangen
Bleef met zijn neus aan
De hengel hangen
Mickey Mousse zei auw auw auw
En zijn neus was bont en blauw.

16. De wielen de bus
En de wielen van de bus die draaien
Rond rond en rond rond en rond
En de wielen van de bus die draaien
Rond als de bus gaat rijden

17. Sip Sap Sop
Sip sap sop ruim het speelgoed maar op
Zie za zij breng het speelgoed maar bij mij
Alles bij elkaar dan is het klaar
Alles bij elkaar dan is het klaar

18. Wij gaan opruimen
Wij gaan opruimen, wij gaan opruimen
Zet het waar het hoort
De spullen soort bij soort
Wij gaan opruimen, wij gaan opruimen
Ruim de boel maar op

19. De brandweer
Wij zijn van de brandweer
Wij blussen elke brand
Wij rijden heen en weer
Door heel Nederland
Is er nog een brandje hier of daar
Ja blussen maar pssssssssssssss.
En nu zijn we helemaal nat.
We moeten ons even droogtoveren
Hokus pocus pilates pas
Ik wou dat iedereen
Weer droog was.

20. Dit zijn mijn wangetjes
Dit zijn mijn wangetjes en dit is mijn kin
Dit is mijn mondje met tandjes erin
Dit zijn mijn oogjes mijn oortjes mijn haar
Nu nog mijn neusje en dan ben ik klaar


21. 1-2-3-4 hoedje van papier
1 – 2 – 3 – 4 hoedje van hoedje van
1 – 2 – 3 – 4 van papier
en als het hoedje dan niet past
zet hem in een glazen kast
1 – 2 – 3 – 4 hoedje van papier

22. Klein rood autootje
Klein rood autootje
Waar breng je ons naar toe
Naar alle zoete kinderen
En naar de koetjes boe
Want de handjes gaan van
Klap klap klap
En de voetjes gaan van
Stap stap stap
Klein rood autootje
Waar breng je ons naar toe.

23. Timpe tampe tovenaar
Timpe tampe tovenaar
Kom vertoon je kunsten maar
Timpe tampe tovenaar
Wij zijn klaar
Ratsiekielekieleknatsie bom
Bim bam basie paardeblom
Ik maak van jullie allemaal hondjes
Bim bam bom.

24. Een treintje ging uit rijden
Een treintje ging uit rijden
Van Amsterdam naar Rotterdam
En achter al die raampjes
Daar zaten vele kindertjes
En die deden zo en die deden zo
Van je zie za zoooooo.

25. Met de vingertjes
Met de vingertjes, met de vingertjes
Met de platte, platte handjes
Met de vuistjes met de vuistjes
Met de elleboogjes klap klap klap

26. We maken een kringetje
We maken een kringetje
Van jongens en van meisjes
We maken een kringetjes
Van tralala
Maak nu een buiging
Een hele diepe buiging
Bij de hand, bij de hand
Pak je vriendje bij de hand
Bij de hand, bij de hand
Pak je vriendje bij de hand

27. Berend Botje
Berend Btje ging uit varen
Met zijn scheepje naar Zuid-Laren
De weg was recht de weg was krom
Nooit kwam Berend Botje weerom
1 – 2- 3 – 4 – 5 – 6 – 7
Waar is Berend Botje gebleven?
Hij is niet hier hij is niet daar
Hij is naar Amerika.

28. Grote en kleine olifant
Jongens meisjes aan de kant
Want daar komt de grote olifant
Hij heeft hele grote oren
En een lange slurf van voren
Jongens meisjes aan de kant
Want daar komt de grote olifant
Jongens meisje aan de kant
Want daar komt de kleine olifant
Hij heeft hele kleine oren
En een heel klein slurfje van voren
Jongens meisjes aan de kant
Want daar komt de kleine olifant.

29. Zie ginds komt de Stoomboot
Zie ginds komt de stoomboot
Uit Spanje weer aan.
Hij brengt ons Sint Nicolaas
Ik zie hem al staan
Hoe huppelt zijn paardje
Het dek op en neer
Hoe waaien de wimpels
Al heen en al weer
Zijn knecht staat te lachen
En roept ons reeds toe
Wie zoet is krijgt lekkers
Wie stout is de roe
Oh lieve Sint Nicolaas
Kom ook eens bij mij
En rij dan niet stilletjes
Ons huisje voor bij

30. Zwarte Piet ging uit fietsen
Zwarte Piet ging uit fietsen
Toen knapte zijn band
Hij moest toen gaan lopen
Met de fiets aan de hand
Hij kwam bij een dorpje
En zei tegen de smit
Ik geloof dat er in mijn achterband
Een pepernootje zit.
De smit moest toen lachen
En plakte zijn band
Toen kon Piet weer fietsen
Door heel Nederland

31. O Dennenboom
O dennenboom, O dennenboom
Wat zijn je takken wonderschoon
Ik heb ze laatst in het bos zien staan
Toen zaten er geen lampjes aan
O dennenboom, O dennenboom
Wat zijn je takken wonderschoon

32. Twinkel Twinkel
Twinkel twinkel gouden ster
Boven in de lucht zo ver
Zeg mij, zeg mij wat jij ziet
Ik zie lichtjes 1-2-3
Twinkel twinkel gouden ster
Boven in de lucht zo ver

33. Palm palm pasen
Palm palm pasen
Laat de koekoek razen
Laat de koekoek zingen
Dan krijgen we lekkere dingen

34. Piep kuikentje
Piep kuikentje piep kuikentje
Met je zachte veertjes
Piep kuikentje piep kuikentje
Met je zachte veertjes
Piep pieperdepiep hoera
Loop jij mama achterna
Piep pieperdepiep hoera
Loop jij mama achterna

35. Lammetje
Lammetje lammetje lammetje
Kom toch eens over het dammetje
Lammetje lief lammetje klein
Wil jij wel mijn vriendje zijn.