Gedrag is een wisselwerking op de omgeving.
Bij ongeveer 75% v.d. gedragsproblemen heeft het gedrag een functie.
Een kind krijgt zijn ouder op de kast, waardoor de ouder merkbaar geëmotioneerd raakt in een openlijke machtstrijd (symmetrische escalatie). Óf de ouder wacht af en is te meegaand (complementair handelen), waarin ze ontzag voor haar kind laat blijken.
Soms kan je het gedrag beter negeren.
- Probeer als ouder de baas te blijven, zonder de strijd aan te gaan, of te onderhandelen.
- Probeer emotioneel neutraal blijven en aandacht geven als ‘gunst’ op de ‘betere’ momenten.
- Probeer om je kind emotioneel-neutraal te benaderen. Meer preventief gaan handelen. Zorgen dat er een aantal zaken niet kunnen gebeuren. Dus bij het eten goed vooraf melden wanneer er wordt gegeten. Je kind kan zich er dan op voorbereiden.
- Probeer meer nabijheid te zoeken wanneer het probleem zich niet voordoet. Je kind wil graag aandacht van jou, als ouder.
- Meer samendoen en minder dominant zijn als ouder
- Probeer je kind een taak geven waardoor er meer op de samenwerking ingespeeld kan worden.
- Probeer je meer te richten op de reacties van je kind.
- Met je kind in gesprek gaan. Wat is je eigen beeld van hem? Probeer dat beeld volledig te accepteren.
- Wanneer hij door anderen verkeerd wordt begrepen, probeer hem daar in bij te staan.
- Probeer hem niet te overschatten en daardoor kordaat te reageren om je gezag te laten gelden.
- Probeer in te spelen op zijn behoefte.
- Probeer te kijken naar mijlpalen in de ontwikkeling.
- Wanneer was je trots? Van daaruit werken naar een positievere kijk naar hem.
Probeer het volgende:
- In de belangrijkste probleemsituaties is vooral het aanhouden van een emotioneel-neutrale houding belangrijk, waarmee je jouw kind uiteindelijk de wind uit de zeilen kunt nemen. Je laat je niet op de kast jagen.
- Je dient je voldoende zeker van jezelf te voelen in probleemsituaties, je straalt dat ook uit.
- Je blijft betrouwbaar en consequent. Je treedt gedecideerd en kalm op met zoveel mogelijk vaste, maar in ieder geval logische, consequenties op probleemgedrag.
- Als betrouwbaar opvoeder start je steeds met een schone lei nadat die logische consequenties van normoverschrijdend gedrag achter de rug zijn, je straalt dus geen argwaan uit.
- Zoek contact op niet beladen momenten!
- Je vermijdt win-of-verlies-situaties onder andere door vanuit een leidende rol compromis- of keuzemogelijkheden te scheppen.
- Tracht de dominantie-neiging bij het kind positief te benutten door zijn hulp te vragen op die gebieden waarin het ook jouw erkenning verdient. Immers een kind dat wil winnen heeft ambities die ook constructief benut kunnen worden!
Vermijdt onderstaande reacties, omdat die het gedrag in stand houden:
- Een afwachtende opstelling
- Uitingen van angst, onzekerheid of teveel ontzag voor je kind
- Een argwanende of sceptische houding
- Een sarcastische of krenkende houding. Vooral dit kind is daar hypergevoelig voor.
- Een agressief-corrigerende houding
- Win-of-verlies situaties.
- Machtstrijd!!! Je probeert vooral te voorkomen dat je je daarin geëmotioneerd laat meeslepen om het kind ‘eronder te krijgen’.
- Een te meegaande, te zwakke of afwachtende opstelling.
- Te veel ontzag, angst of argwaan naar dit kind laten blijken. Dat kan bijvoorbeeld al het geval zijn wanneer je vaak hulp of medewerking vraagt aan dit kind, alleen maar om problemen te voorkomen.
- Het kind negeren.
De 17 opvoedingsstrategiën van Triple P